vorige pagina
La Grande Borne
Naam Cucumis sativus
Augurk
Familie Cucurbitacea
Komkommerachtigen
Categorie (tbv rotatieschema) Vruchtgewassen
Land/Gebied van herkomst VoorIndië
 
De augurk behoort net als de komkommer tot de soort Cucumis sativus , maar het zijn geheel verschillende rassen. De augurk mag geen smaak van zichzelf hebben; de komkommersmaak moet geheel ontbreken.
De augurk behoort, samen met de komkommer, meloen en pompoen, tot de familie van de komkommerachtigen of Cucurbitacea

Augurken zijn afkomstig uit warme gebieden en de stamvorm wordt aangetroffen in VoorIndië. Het gewas is éénjarig en heeft een ondiepe doch sterk verspreide beworteling. Boven de grond worden tot 3 m lange vierkante stengels gevormd. Alhoewel de augurk klimranken bezit, is het geen echte klimplant; de stengeltoppen groeien telkens weer horizontaal. Bij de teelt onder glas of in plastiekwarenhuizen moet men de stengels daarom rond de koorden draaien.De bloemen zijn éénslachtig, d.w.z. ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk. De mannelijke bloemen verschijnen eerst en een sterke groei van de planten houdt de vorming van vrouwelijke bloemen tijdelijk tegen. De vrouwelijke bloemen zitten in de bladoksels en bloeien ongeveer 48 uur. De bestuiving gebeurt uitsluitend door insekten, overwegend door honingbijen.

Augurken zijn sterk herbloeiend. Indien de vruchten regelmatig in een jong stadium geplukt worden, dan ontstaan voortdurend nieuwe vruchten. Dit heeft tot gevolg dat de oogstperiode lang duurt. Plukt men de vruchten niet dan ontwikkelen er zich slechts enkele vruchten terwijl de rest in groei achterblijft. De vruchten zijn min of meer driehoekig en lang van vorm. Meestal verdienen gladde vruchten, zonder stekels en met een uniforme kleur, de voorkeur. Door de sterke neiging tot éénhuizigheid leent het gewas zich bij de veredeling goed tot het maken van praktisch volledig vrouwelijk bloeiende hybriderassen. De laatste jaren bestaat het sortiment uitsluitend uit deze vrouwelijk bloeiende rassen. Bij deze rassen moet voor een goede vruchtzetting 10% van een ras met mannelijke bloemen toegevoegd worden. Bij teelt onder glas en in plastiekserren kunnen vruchtzettingsmoeilijkheden optredend het is daarom gewenst bij deze teelten goede bijenvolken te plaatsen.
 

Plantmateriaal

Waar vroeger overwegend ter plaatse gezaaid werd, wat bij slecht weer altijd oorzaak was van mislukkingen, wordt de laatste jaren de voorkeur gegeven aan planten in perspot (5- 6 cm ). Deze worden aangekocht bij een gespecialiseerd plantenkwekersbedrijf, ofwel zelf opgekweekt. In dit laatste geval wordt vanaf de tweede helft van mei onder plastiek of platglas op de perspot gezaaid. De perspotgrond (mengsel van bolsterveen, hoogveen, zand + voedingsstoffen) wordt kant en klaar geleverd door de potgrondbedrijven. Gemiddeld legt men 1 á 2 zaadjes per perspot. De optimale temperatuur voor opkomst is 20-25'C. Van zodra de planten het eerste echte augurkenblad hebben, wordt er geplant.

Een andere werkwijze kan erin bestaan uit te zaaien in kistjes, gevuld met een steriel substraat. De kistjes kunnen dan in een optimale kiemruimte worden ondergebracht waarbij tot 100% opkomst kan worden bereikt. De kiemplantjes kunnen na opkomst verspeend worden in perspotten. Grotere perspotten ( 6 cm doorsnede) zijn hiervoor te verkiezen. 10 dagen na het verspenen zijn de potkluiten meestal voldoende doorgeworteld om uitgeplant te kunnen worden op plastiek bij afdekking met geperforeerde folie.


Plantafstand

De afstand tussen de rijen wordt liefst op 3 m genomen.In de rij worden de planten geplant op 40 á 50 cm wanneer 2 plantjes per pot worden aangehouden en op 30 cm wanneer slechts 1 plant per pot wordt voorzien.
Het uitplanten gebeurt in funktie van de teeltwijze en vanaf het ogenblik dat bij die bepaalde teeltwijze de kansen op nachtvorst klein zijn. De volgende perioden kunnen als gemiddelden aanzien worden:

1)vroege teelt :
(onder geperforeerde plastiek of kleine tunnels) : tussen 10 mei en 25 mei; oogst einde juni - begin juli;

2) normale teelt: einde mei-begin juni; oogst vanaf eind juli; 

3) late teelt: 15-30 juni; oogst vanaf half augustus tot eind september.

 

 

Tijdelijke bescherming onder kleine tunnels

De teelt onder kleine tunnels heeft hetzelfde doel als de teelt onder geperforeerde plastiek, nl. vooral de teeltzekerheid te verhogen en de oogst te vervroegen. De tunnels zijn 80 cm breed en 50 cm hoog; als plastiek kan P.E. 0,07- 0,10 mm dik en 1,30 m breed gebruikt worden.
Onder deze tunnels kan vanaf 10- 15 mei geplant worden. Meestal worden wat grotere planten gebruikt met reeds 2 ontwikkelde bladeren boven de zaadlobben.
Van zodra de planten beginnen te ranken worden deze uiteengelegd; dit gebeurt reeds voor het verwijderen van de tunnels. Op het ogenblik dat de toppen onder de plastiek uitkomen (ongeveer 5 weken na het planten) wordt gelucht en na enkele dagen worden de tunnels weggenomen.

 

Teelt aan koord 

Augurken kunnen ook in open lucht aan koorden worden geteeld. De lijnenafstand bedraagt 150 cm . In de lijn wordt de plantafstand 0,40 m zodat men 166 planten per are bekomt. Om de 4 m worden palen gezet van 2 m lengte. Er wordt een verzinkte ijzerdraad gespannen over de kop van de palen en één op 10 cm boven de grond. Aan deze draden worden tomatenkoorden bevestigd. Als de ranken zich vormen worden ze rond de koorden gedraaid. Dit aandraaien moet tijdig gebeuren en vraagt veel extra werk.

Windbescherming moet absoluut aangebracht worden. Teneinde windschade te voorkomen kunnen windschermen rond het perceel worden aangebracht. De laatste jaren bestaat er in de handel zeer degelijk in plastiek uitgevoerde windbeschutting, die meerdere jaren kan gebruikt worden.

Bij aanvang worden de planten afgedekt met geperforeerde plastiek en pas vanaf juni aan de koord gebracht. Hoe langer men hiermede wacht, des te meer zijn de uitgerankte augurken in elkaar gegroeid. Daarom is het aan te raden de zijranken reeds uit te dunnen voor het aan koord brengen.

 

 

 

Inmaken augurken (recepten)

     
 
'Hokus' is een zeer productief augurkenras. Resistent tegen vrucht vuur en mozaïk tolerant; vruchten zijn bittervrij en van goede kwaliteit. Zaaien: begin mei onder glas, bijv. in een bloempotje. Zet 3 à 4 zaden bij elkaar. Ca. half mei uitplanten in de vollegrond. Doe dit pas als het eerste echte blad volgroeid is. Regelafstand : 200 x 40 cm. Nu moeten zich zijscheuten gaan ontwikkelen. Om dat te bevorderen neemt u zodra de planten 5 bladeren hebben - de groeitop bij iedere plant weg. In de vollegrond kunt vanaf eind mei tot half juni op een zaaibed zaaien en daarna uitplanten als hierboven beschreven. Bij vroeger zaaien in de vollegrond is de kans op schade door nachtvorst te groot. Oogst: van half juli tot in september kunt u de bittervrije vruchten oogsten."
Stimora F1 hybride. Dit zaad is geteeld, geschoond en gecontroleeerd door Nunhems Zaden. ‘Stimora' is een exclusief Nunhems kwaliteitsproduct. ‘Stimora' is bovendien een F1 hybride augurk. Hybriden hebben een groot aantal voordelen t.o.v. zaadvaste rassen. ‘Stimora' is volledig resistent tegen echte meeldauw en tolerant tegen valse meeldauw: ziektebestrijding is praktisch overbodig ! Dit ras produceert al vroeg, veel en lang vruchten zonder bitterstof. Voor vers gebruik en inmaak. Zaaien: begin mei onder glas, bijv. In een bloempotje. Zet 3 a 4 zaden bij elkaar. Ca. half mei uitplanten in de vollegrond. Doe dit pas als het eerste echte blad volgroeid is. Regelafstand: 200 x 40 cm. Nu moeten zich zijscheuten gaan ontwikkelen. Neem daartoe – zodra de planten 5 bladeren hebben – de groeitop bij iedere plant weg. Vollegrondsteelt: vanaf mei tot half juni op een zaaibed zaaien en uitplanten als beschreven. Oogst: van half juni tot in september.