vorige pagina
La Grande Borne
Naam

Melissa officinalis

Citroenmelisse
Familie Lamiaceae (Labiatae)
Lipbloemachtigen
Categorie (tbv rotatieschema) Kruiden (vaste plant)
Land/Gebied van herkomst Midden Oosten
 
Een kruid afkomstig uit met Midden-Oosten, maar het was ook al bekend bij de Grieken, die het kruid ' melisophyllon' noemde en de Romeinen, die het ' apiastrum' noemde, Plinius schreef dat het kruid zo sterk werkte dat het aan een zwaard gebonden, het bloed aan het zwaard onmiddellijk deed stollen. Zowel Plinius als Dioscorides roemde het kruid om zijn wondhelende en ontstekingsremmende werking. De Arabieren uit de 10de eeuw prezen de werkzaamheid als hartversterkend middel en het gunstige effect bij zwaarmoedigheid. Via Spanje kwam het via monniken naar de rest van Europa, waar het vanaf de 10de eeuw in gebruik was als hartversterker, tegen melancholie. De levensverlengende kwaliteiten werden geroemd, dagelijks gebruik zou verjongend werken. Ook zou het een "smachtende aard" versterken. Monniken gebruikten het bij een kater, flauwtes en hartklachten. Het kruid werd/wordt door imkers op bijenkorven en kasten gewreven om de bijen de weg naar de kas makkelijk te laten terugvinden, maar ook om nieuwe bijen te lokken, dit zou zeer goed kunnen werken omdat de etherische olie in de plant chemisch sterk lijkt op een feromoon dat bijen zelf produceren. Citroenmelisse werd zeer gewaardeerd door Paracelsus, die meende dat het kruid een mens weer tot leven kon wekken, hij bereidde een drank die hij ' primum ens melissa' noemde, met dit doel voor ogen. Keizer Karel V dronk iedere morgen Karmelietenwater, waarvan Citroenmelisse het hoofdingrediënt was, Karel V was de zoon van Philips de Schone en Johanna de Waanzinnge, mogelijk dacht hij dat hij door het dagelijks drinken van het Karmelietenwater kon vrijwaarden van erfelijke krankzinnigheid die rondwaarde in zijn familie. Uitwendig werd het gebruikt bij reuma. in het begin van de 20ste eeuw werd het toegepast bij ' geestelijk zwakke' vrouwen ter bestrijding van humeurigheid, het verdreef de melancholie.
Een overblijvende plant uit de Lipbloemenfamilie, wordt tot een meter hoog. Citroenmelisse bezit sterk vertakte wortelstokken, waarmee het kruid zich overal verspreidt. Het blad is zacht en behaard en bezit dikke nerven, de bladrand is rond gekartelde bladeren staan tegenover elkaar. De bloemen zijn klein en onopvallend, de kleur is zachtgeel tot vuilwit, ze staan in schijnkransen in de bladoksels, de bloeitijd is van juni tot september. De smaak is die van een wat bittere citroen, de geur is een frisse citroengeur (Sunlightzeep). Een plant die graag wat vochtig staat en in de zon, maar in principe kan ze overal aarden. Trekt veel bijen aan.
 
Opkweek
Het plantje is zeer gemakkelijk te vermeerderen door zaaien in de lente, het kiemt wel traag. Het zaait zichzelf uit en het is dan ook regelmatig op een of andere plaats in onze tuin terug te vinden.
Planten scheuren in de lente is wel de eenvoudigste vermeerderingswijze hoewel men ook kan stekken (stengelstekken) in het voorjaar of het najaar.
Dit sterke keukenkruid, goed bestand tegen ziekten en insecten, kan wel eens geplaagd worden door het zuringhaantje. Dit kopergroenblauwe kevertje op zich is niet erg, maar vooral de larven kunnen de plant schade berokkenen. De kevers vangen en vernietigen is de enige oplossing !
 

Gebruik in de keuken
De bladeren worden vers geplukt, niet gekneusd ze zijn op hun best juist aan het begin van de bloei. Dan is het aroma optimaal zowel voor onmiddellijk gebruik maar ook om ze te drogen of om op azijn te steken.
De bladeren, vers gehakt, worden gebruikt in visgerechten (paling in het groen, …) , soepen , sauzen , omelet maar ook voor fruitsalades en bowls.
Ook bij de inmaak van haring, paling en rog kan men wat citroenmelisse toevoegen.
Het vormt ook de basis voor vele likeuren, zoals “Chartreuse” en “Eau de Carmes”. Ook als aftreksel in thee is citroenmelisse aangenaam.

 
 
Citroenmelisse (Melissa officinalis) is een heerlijk, naar citroen geurend, meerjarig kruid dat jarenlang op dezelfde plaats kan blijven staan. Het blad wordt vers of gedroogd gebruikt. Citroenmelisse is een mooi ogende plant die eigenlijk in geen enkele kruidenhoek mag ontbreken. Zaaien: in de periode mei-juli, direct op een zaaibed in de vollegrond. Zaai op een enigszins beschaduwde plek. Citroenmelisse houdt niet van felle zon. In oktober uitplanten op afstanden van 50 x 50 cm. Houd de grond vochtig. De witte of roze bloempjes worden druk door insecten bezocht. Oogst: de naar citroen geurende blaadjes. Om te drogen stengels vóór de bloei afsnijden, dan is de geur sterker. Toepassing: vers of gedroogd. Als rustgevende thee en bij tal van groentegerechten. Niet meekoken. Ook bij vlees en in bowl.