vorige pagina
La Grande Borne Composteren
 

Inleiding

Het organische afval uit de keuken en de tuin verschilt van ander afval omdat we het opnieuw kunnen gebruiken als bodemverbeteraar in onze tuin. Als compost. Het is belangrijk te weten dat je dat zelf kunt doen, dat je zelf kunt composteren, thuis.

Begin vandaag nog je organisch keuken- en tuinafval apart te houden van de rest van het huisvuil. Een goede scheiding is immers de voorwaarde om goede compost te krijgen, of je nu thuis composteert of als je meedoet aan selectieve inzameling. In dit artikel vind je alles over de verschillende manieren van composteren.

Laat zien dat je ook zelf wat voor het milieu kunt doen. Toon de resultaten van je eigen composthoop aan je buren en vrienden. Want pas als iedereen ook echt wat aan het afval doet, hebben we de kosten van de afvalberg in de hand.

Composteren zoals je zelf wil

Veel werk vraagt thuis composteren niet. Zo nu en dan het materiaal omzetten om het te beluchten. De rest doet de natuur. Het resultaat: compost van een goede kwaliteit zonder dat het je jaarlijks veel kost.

Het uitgangspunt van composteren is eenvoudig: je houdt je organisch afval apart en je verwerkt het tot compost die je in je eigen tuin kunt gebruiken. Je zult moeten kiezen voor een bepaald systeem van composteren, maar het belangrijkste is dat je het zelf doet. Of je kiest voor een composthoop, een compostvat of een wormenbak is afhankelijk van je voorkeur, je budget, de oppervlakte van je tuin en je ervaring met composteren. De laatste tijd is er een composteermachine op de markt gekomen dat in vele tuinen reeds zijn dienst dubbel en dik gedaan heeft. Dit ecologisch machine bestaat uit een ren met een paar scharrelkippen.

Als je je aan een paar eenvoudige regels houdt, kan er niets mis gaan. Vergeet de praatjes over stank, ratten of zurigheid. Die verhalen komen misschien wel van mensen die ooit eens wat afval op een hoop gooiden, maar nooit van mensen die echt weten waarover ze praten en een echte composthoop opzetten.

Voor welk systeem van composteren je ook kiest, het zal steeds aan drie voorwaarden moeten voldoen.

  1. Het systeem moet overeenkomen met jouw productie aan organisch afval.
  2. Het moet een optimale beluchting verzekeren.
  3. Het moet toelaten het overtollige (regen)water te draineren.

Hierna volgen de verschillende vormen van thuis compostering.

Wat is te composteren?

Alle organische afval kunnen wij composteren.

Onder organisch afval reken wij: aardappelschillen, schillen van citrusvruchten of andere vruchten, groenteresten, eierschalen, doppen van noten, theebladeren en -zakjes, koffiedik en -filters, papier van de keukenrol, kleine hoeveelheden etensresten, mest van kleine huisdieren, verwelkte snijbloemen en kamerplanten, versnipperd snoeihout, haagscheersel, zaagmeel en schaafkrullen, gemaaid gras, bladeren, onkruid, resten uit de groente- en siertuin.

Wat hoort niet op een composthoop: timmerhout, grof ongesnipperd snoeihout, beenderen en dierlijk afval, wegwerpluiers, aarde en zand, saus, vet, olie, stof uit de stofzuiger, as uit de open haard, houtskool, kunststof, ijzer, metaal, blik, kattenbakvulling.

Waar composteren?

Voor de grote tuin: de composthoop

Als je een grote tuin hebt met veel bomen, struiken, een grasveld of een behoorlijke groentetuin, zal je kiezen om een composthoop aan te leggen. En dan ga je als volgt te werk...

Kies een beschaduwde plaats voor de aanleg van de composthoop.

Voor de onderste laag van de composthoop gebruik je grof materiaal, zoals versnipperde stengels. Het ideale moment om te starten met je composthoop is daarom na een snoeibeurt in je tuin. Op de onderste laag bouw je dagelijks een laagje op van keuken- en tuinafval tot een hoogte van ongeveer 1,5 m.

Meng zoveel mogelijk "groen" en "bruin" materiaal onder elkaar. Waterrijke en structuurloze "slappe" afvalstoffen, zoals gras en fruitresten, spreid je over de hele oppervlakte van de composthoop uit of meng je met de drogere materialen (snippers, bladeren) die je in voorraad hebt.

Een goed aangelegde composthoop verspreidt weinig of geen geur, zodat burenhinder uitblijft. Als je over voldoende plaats beschikt, is het beter dat je twee of drie hopen per jaar aanlegt, in functie van je hoeveelheid afval.

Na enkele dagen al stijgt de temperatuur in de hoop tot 40° à 50° C en soms zelfs meer: het composteringsproces is begonnen.

Na enkele weken zet je de composthoop om, waarbij je alles luchtig en duchtig door elkaar mengt. De temperatuur zal nu gedurende een korte tijd opnieuw wat stijgen. Na verloop van tijd zakt de composthoop geleidelijk in, daalt de temperatuur en beginnen wormen de hoop verder te verteren. Na ongeveer zes maanden begint de composthoop te ruiken naar verse bosgrond. De compost is klaar voor gebruik.

Voor de grote tuin: de compostbak

Composteren in een compostbak of -silo gaat even snel als composteren op een composthoop, maar is iets eenvoudiger en netter.

Je kunt heel gemakkelijk zelf een dubbele houten silo (2 X 1 m³) ineen timmeren met 7 transportpaletten. In de ene helft van de silo verzamel je al je organisch keuken- en tuinafval. Meng het geregeld met een riek door elkaar. Na enkele maanden haal je dan de voorste palet van de bak weg en schep je alles in de tweede bak, waar de narijping gebeurt. In de eerste bak kun je dan herbeginnen.

In een compostbak verloopt het verteringsproces uitstekend. Heel wat tuinders passen dit systeem met succes toe. De planken voorkomen dat het materiaal aan de buitenkant uitdroogt, waardoor de vertering op die plaats zou stilvallen.

Je kunt natuurlijk ook een halfopen silo metselen. De spleten tussen de planken of stenen laten lucht door in het materiaal en vermijden dat de afbraakorganismen zouden verstikken en dat alles dus zou gaan rotten en stinken.

Als je een vlugge en eenvoudige oplossing wil, kun je ook met gaasdraad je compostruimte afbakenen.

Knutsel je zelf niet graag een compostbak in elkaar, dan vind je wel een compostbak in je tuincentrum.

Start in het voorjaar of in de zomer.

Zet nooit een composthoop op of start niet met het vullen van een compostvat bij vriesweer, omdat het composteringsproces dan moeilijk op gang komt.

Gebruik zoveel mogelijk vers materiaal.

Het keuken- en tuinafval wordt best zo vers mogelijk op de composthoop of in het compostvat aangevoerd. Vermeng het met het reeds aanwezige materiaal om uitdrogen te voorkomen.

Voeg niet te grof materiaal toe.

Om de afbraakorganismen voldoende toegang te geven tot het afval, mag het niet te grof zijn. Daarom knip je de stengel en twijgjes van bv. de bloemen of andere planten met lange stelen best in korte stukjes. Takken worden beter met een hakselaar verkleind. Een hakselaar is in de handel te koop of je kunt hem huren.

Meng goed!

De micro-organismen (bacteriën, schimmels,) en kleine beestjes (wormen,) die voor de afbraak zorgen hebben voedsel, water en lucht nodig. Goed composteren betekent dan ook goed mengen.

Droog of stug afval (stro, kleine takjes,) meng je het best met water- en voedselrijk materiaal (gemaaid gras, keukenafval,) . Het droge afval zorgt voor de luchtcirculatie en het natte afval voor het water en het voedsel. Zo kunnen de bacteriën en schimmels het best hun gang gaan.

Heb je enkel nat keukenafval en gras, voeg dan houtsnippers toe bij het opzetten van je composthoop. Snippers kan je soms verkrijgen op een containerpark of in een tuincentrum.

Let op voor grote hoeveelheden.

Voeg nooit te grote hoeveelheden van hetzelfde materiaal in één keer toe. Grote hoeveelheden gras of bladeren kun je gerust in je tuin uitstrooien tussen struiken en bomen. Deze vormen immers een ideale mulchlaag (deklaag), die de groei van onkruid tegenhoudt.

 

Hou je composthoop of compostvat in het oog.

Door het intens afbraakproces stijgt de temperatuur in de compost en gaan de afbraakorganismen nog sneller werken. Bij temperaturen van boven de 50° C kunnen deze organismen zelfs onkruidzaden en ziektekiemen vernietigen. De hoop wordt als het ware gepasteuriseerd. Door de stijging van de temperatuur verdampt ook al het overtollige vocht.

Let er dus op dat je composthoop niet te nat wordt en hierdoor aan temperatuur verliest. Nat materiaal toevoegen in je compostvat is dus uit de boze.

Belucht de compost.

Het proces van de compostering wordt sterk bevorderd door de compost te beluchten. Als je met een composthoop of een compostbak werkt, moet je de compost omzetten. Bij een composthoop doe je dat met een riek. Als je met compostbakken werkt, verplaats je de inhoud van de ene bak naar de andere. Bij een compostvat moet met een beluchtingsstok gebruiken
 
Duurtijd

Composteren is een natuurlijk proces en vraagt tijd. In de zomer moet je rekenen op 3 à 4 maanden en in de winter op 6 maanden voordat de compost gebruiksklaar is.

Compost die klaar is in het najaar kan je als bodembedekker gebruiken, zowel voor de bloemperken, voor de struiken, als voor de groentetuin. Op die manier breng je tegelijk een beschermende laag aan voor de winter en breng je een bron met humus aan voor het voorjaar.


Wat is compost?

Compost is een donker, zwart-bruin, kruimelachtig materiaal dat naar bosgrond ruikt. Het is een humusproduct dat levende organismen en mineralen die kunnen dienen als voedsel voor planten bevat.

De levende organismen in de compost zijn geen parasieten of ziektekiemen, maar natuurlijke afbrekers van organisch materiaal Ze breken enkel afgestorven plantaardig en dierlijk materiaal af. Compost houdt het water en de voedingsstoffen goed vast en geeft ze langzaam af naar gelang de behoefte van de plantenwortels. Goede compost is luchtig, stinkt niet, is niet zuur en bevat geen onkruidzaden of ziektekiemen.

Het organisch materiaal in de compost wordt al tijdens het composteringsproces, en vooral in de bodem omgezet in humus. Humus is van essentieel belang voor de bodem, omdat het de structuur verbetert, water en voedingsstoffen vasthoudt en de nuttige bodemorganismen en planten voedt.

Compost die afkomstig is van een gevarieerd mengsel van keuken en tuinafval, die steeds de juiste vochtigheid heeft behouden en die voldoende lucht kreeg, is een zegen voor de bodem en bezorgt de planten alle noodzakelijke voedingselementen.

Compost is een humusbron met langzaam werkende meststoffen De voedingselementen komen pas vrij als de plant er behoefte aan heeft. Dit gebeurt sneller bij warm, vochtig weer en langzamer als het koud is.

De voordelen van compost

Compost verrijkt de bodem met organisch materiaal, voedt het bodemleven, doet een bodemstructuur ontstaan die water, warmte en voedingsstoffen vasthoudt.

Het maakt kleibodems lichter, zorgt ervoor dat zandgronden beter water vasthouden, brengt de zuurtegraad van de bodem tot de optimale waarde, buffert de temperatuurverschillen tussen dag en nacht

Het voorkomt erosie van de bodem door wind en water, beschermt de planten tegen parasieten en ziekten.

Het verbetert de smaak van de gekweekte groenten.

Hoe gebruik je compost in de groente- en fruittuin

De hoeveelheid compost die je in de groentetuin gebruikt is afhankelijk van de kwaliteit van de compost, het bodemtype en de vruchtbaarheid van de bodem. Hoeveel compost je gebruikt hangt dus onder andere ook af van de hoeveelheid compost die je in het verleden hebt gebruikt en van de voedselbehoefte van de geteelde groenten en fruit. Hierna volgen enkele richtinggevende doseringen.

Omdat de voedingsstoffen in de compost gedurende vele opeenvolgende jaren vrijkomen, hoef je voor weinig eisende wortelgewassen geen compost meer bij te voegen, indien de voorbije jaren reeds voldoende compost werd toegediend. Dit geldt vooral voor blad- en vruchtgewassen, aardappelen en aardbeien.

De compost wordt liefst vroeg in het voorjaar oppervlakkig ingewerkt.

  • Bij grote behoefte aan voedingselementen (aardappelen, kolen, tomaten): 4 tot 8 kg/m² of 6 tot 12 l/m².
  • Bij matige behoefte aan voedingselementen (sla, spinazie. andijvie. aardbei): 2 tot 4 kg/m² of 3 tot 6 l/m².
  • Tussen vruchtgroenten zoals tomaat, komkommer of paprika kan de compost ook als mulchlaag van 2 cm dik worden aangebracht.
  • Bij de aanplant van kleinfruit en fruitbomen: 20% compost rechtstreeks in het plantgat mengen.
Als verzorging van fruitaanplantingen: jaarlijks 3 tot 5 kg/m² of 5 tot 6 1/m² onder de bladoppervlakte verdelen en eventueel oppervlakkig inwerken