vorige pagina
La Grande Borne
Naam Pisum sativum
Doperwt
Familie Fabaceae
Vlinderbloemen
Categorie (tbv rotatieschema) Peulvruchten
Land/Gebied van herkomst Onbekend

De erwt ( Pisum sativum ) is een plant die behoort tot de Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae, synoniem:Papilionaceae). En hoort dus thuis op het perceeltje van de peulgewassen. Dit meestal nadat er het voorgaande jaar wortelgroenten of aardappelen geteeld werden. Het jaar na de peulgewassen komen volgens de klassieke vruchtwisseling de koolgewassen.
Erwten worden vroeg geoogst, er is dus nog tijd voor een typische najaarsteelt of gewoon wat saladegroenten

Zaaien

Erwten zaaien is niet zo moeilijk. Laat de erwten 24 uur weken in een laagje water. De droge erwten nemen heel veel water op waardoor ze al een voorsprong hebben bij het kiemen.

Voorkiemen kan ook om zo een week te winnen.
Leg de erwten in een laagje water, dat halfweg de hoogte van de erwten komt. Je zal zeker de eerste twee dagen wat water moeten bijvullen, want ze zuipen nogal wat in het begin. Na 3-4 dagen is een wortelje van één centimeter zichtbaar. Tijd om te zaaien nu. Trek een geultje van 2- 3 cm diep en giet dit vol met water. Verdeel daar in de zaden. En dek af met grond.
Maak een geultje van een tweetal centimeter diep en leg om de vier cm een zaadje. Op zware grond niet dieper dan twee centimeter, op lichte grond kan een centimetertje dieper gezaaid worden. Het geultje toedekken en lichtjes aandrukken.

Erwten worden dikwijls in dubbele rijen gezaaid met een onderlinge afstand van dertig centimeter. Tussen deze dubbele rijen zit dan 60 cm (lage) of 120 cm (hoge) afstand.
Na een paar dagen is er al een worteltje en na een tweetal weken is er groen aan de oppervlakte te bespeuren. Althans voor wie zaait in april. Bij de vroege zaai duurt het natuurlijk allemaal nog wat langer.

Aanaarden en steunen
Erwten worden aangeaard als de plantjes 15 cm hoog zijn. Maak een klein heuveltje grond tegen de plantjes aan zodat ze steviger in de grond zitten.

Aanaarden gebeurt voor het aanbrengen van rijshout. Leg wat aarde tegen de stengeltjes terwijl u de grond oppervlakkig schoffelt.
Voor de lage soorten volstaat een paaltje aan weerszijden van de rij met daaraan een touw. De hoge en halfhoge soorten vragen absoluut meer steun. Met hun hechtranken zetten ze zich vast op het steunmateriaal. Het steunen kan gebeuren met rijshout, afkomstig van het knotten van wilg of populier. Op de foto's worden takken van een krulwilg gebruikt. Plaats aan weerszijden van de dubbele rij, zodat de takken met de toppen tegen elkaar komen. Met klimnet of gaas aan palen om de 2 meter kan ook gesteund worden, alleen is het soms nodig nog eens een touw te spannen van de ene paal naar de andere om het gewas extra te steunen.

Oogsten
Oogst alle soorten erwten één tot twee maal per week, om de groei van de jongere peulen te laten doorgaan. Sluimerwten pluk je als de erwtjes in de sluimen nog heel klein zijn. Te laat geplukt zijn ze minder mals en de zaden te dik. Doperwten zijn melig als ze te laat geoogst worden. Bij eenzelfde zaaitijd zijn de lage soorten vroeger te oogsten dan de hoog groeiende soorten. Het voordeel van hoge soorten is dat je langer kunt doorgaan met plukken. De lage soorten hebben de neiging al hun erwten in korte tijd prijs te geven.

 

Bemesting
Een hoog humusgehalte is goed voor de teelt van erwten. De stikstofbehoefte van de erwt is behoorlijk, doch als vlinderbloemige plant wordt de stikstof in sterke mate opgenomen uit de lucht door Rhizobium bacteriën die in symbiose leven in de wortelknobbeltjes van de erwt. Een stikstofbemesting is zelden nodig, eventueel een heel kleine gift bij zeer vroege uitzaai of bij ongunstige (natte en koude)  groeiomstandigheden. Op lichte gronden toch wel een matige hoeveelheid kompost geven, die voor  de winter ingewerkt wordt. Compost of verse stalmest vlak voor het zaaien zijn uit den boze, net zoals stikstofmeststoffen. Een lichte  kalibemesting is aan te raden, met name op lichte grond, 50 gram per m² patentkali. De behoefte aan stikstof wordt voldaan door de stikstofbinding uit de lucht via de wortelknolletjes.

 

Grondbewerking
De grond wordt losgemaakt met een spitvork of wordt gespit. Laat de grond een dagje opdrogen, om daarna te harken. Indien er wat kalium toegediend werd, wordt die diep ingeharkt. Erwten zijn ook wel een beetje zoutgevoelig, vandaar. Daar het grove zaden zijn hoeft de grond niet heel fijn geharkt te worden.

   
 
DOPERWTEN
Niet te verwarren met peulen. Doperwten hebben een harde vruchtwand zodat alleen de gedopte zaden eetbaar zijn, zowel vers als gedroogd. Doperwten vragen een goed doorwoelde, humusrijke grond. Zeker niet bijbemesten met stikstofhoudende mest ! Er bestaan lage erwtenrassen en klimmers. Voor de klimmers wordt gebruik gemaakt van stevige, in de grond gestoken takken rijshout. Tegenwoordig wordt ook veel gaas gebruikt. De zaden zijn rond of gekreukt. De rondzadige soorten zaait men beter vroeg. De later te zaaien, gekreukte erwten zijn over het algemeen zoeter van smaak. De zaaitijd is afhankelijk van het weer in het voorjaar, maar kan reeds begin maart vallen. Stamerwten uitzaaien op 35 cm tussen de rijen en 3 à 4 cm in de rij. Rijserwten staan verder uit elkaar. Laat 1 m tot 1,2 m tussen de bedden, maar leg de zaden iets dichter, nl. op 1 à 1,5 cm in de rij.