vorige pagina
La Grande Borne
Naam Capsicum annuum
Paprika
Familie Solanaceae
Nachtschadefamilie
Categorie (tbv rotatieschema) Vruchtgewassen
Land/Gebied van herkomst Midden - en ZuidAmerika
 

Paprika is afkomstig uit Midden en Zuid-Amerika. In het begin van de 16de eeuw brachten veroveraars de planten mee.

De paprika is een zoete variant van de rode pepers, en komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika . De scherpe , ook wel hete soorten peper hebben gemeen dat ze direct de warmtezintuigen in de mond prikkelen (dus niet de smaakzin ) en daardoor het idee geven dat het gerecht te heet is zodat de smaak vaak als 'heet' wordt omschreven. Paprika's bestaan in veel variëteiten, variërend van zeer mild, 'zoet' tot zeer heet.

Rode paprika's zijn in onrijpe staat groen en worden vaak ook in die toestand gegeten. De paprika is overigens botanisch gezien ook gewoon een peper, maar een heel milde. Er zijn inmiddels ook andere kleurvarianten zoals geel, wit en oranje. Omdat groene pepers langer houdbaar zijn, zijn er planten gekweekt waarbij de groene variant al eetbaar is; gele en oranje varianten zijn gekweekt om meer variatie te hebben.
De naam paprika is afkomstig uit het Hongaars , waar het pepertje betekent. Naar alle waarschijnlijkheid hebben de Nederlanders de plant (en de vrucht) uit West-Indië , het tegenwoordige Suriname naar Nederlands Oost-Indië , het tegenwoordige Indonesië gebracht om in plantages te verbouwen, als aanvulling op en vervanging van de ronde korrelpeper , die een andere 'hete' stof, namelijk piperine bevat. Net als piperine werkt de werkzame stof van de Capsicum varieteiten, Capsicaine , conserverend. Deze rode pepers werden vooral verbouwd op het eiland Lombok waaraan deze pepers hun Indonesische naam danken ( lomboks ).
Via de Turken , welke de Capsicumvariëteiten verder cultiveerden, kwam de rode peper in Hongarije . (Hongarije is 350 jaar deel geweest van het Groot Ottomaanse Rijk .) In Hongarije is de Capsicumfamilie verder gekweekt tot de inmiddels in Nederland bekende variëteiten

Zoete peper
Van de zoete peper zijn er in rijpe toestand verschillende kleurvariaties. Onrijp zijn ze bijna allemaal groen van kleur. Bekend is het zogenaamde stoplicht, dat bestaat uit een rode, gele en de groene (onrijpe) zoete, geblokte, dikwandige paprika. De meeste paprika's die in Nederland geteeld worden zijn van het geblokte type. De witte, oranje en bijna zwarte paprika's zijn meer langwerpig van vorm en hebben een dunnere vruchtwand. Tijdens het groeien is de paprika groen, tijdens het rijpen verandert de kleur naar rood of geel. De smaak van de paprika verandert ook in deze periode, de rode en gele zijn zoet terwijl de groene veel bittere smaak heeft

Hete peper
De scherpe (hete) peper is langwerpig en puntig van vorm en wordt ook wel de Spaanse peper genoemd. De scherpe smaak komt door het hoge capsaïcinegehalte . De pepers zijn ongeveer 12 cm lang en rijp zijn ze glanzend licht- tot donkerrood.

 
Zaaien
Wat betreft de zaadkeuze kunnen we ons beperken tot de zaadvaste rassen. In tegenstelling tot bij tomaat waar de veel duurdere hybriderassen wel te verantwoorden zijn is er bij parika een gering produktieverschil tussen hybriderassen en andere rassen, althans voor de liefhebber. het voordeel van zaadvaste rassen is ook dat we gemakkelijk zelf zaad kunne opdoen. Haal uit een rijpe vrucht de zaadlijsten, tracht deze zoveel mogelijkt spoelen in water en en laat deze onmiddelijk op een stuk krantepapier in een droge ruimte opdrogen

Temperatuur (ideaal)

 

J nachttemperatuur

R dagtemperatuur

KIEMING

22-25° C

22-25° C

TOT VERSPENEN

20° C

23° C

TOT OPEN ZETTEN

18° C

20-21° C

TIJDENS AFKWEEK

16° C

22° C

De zaaigrond bestaat uit 4 delen potgrond en 1 deel mager zand. Dit wordt dan goed bevochtigd en opgewarmd tot een temperatuur van 23° C. Het zaaien gebeurt door het zaad bovenop te verspreiden, water te geven met lauw water en af te dekken met een dun laagje mager zand. Het geheel gaan we afdekken met een glasplaat. De glasplaat zorgt voor een voldoende hoge temperatuur en belet tevens dat het zaaisubstraat gaat uitdrogen. Direkt nadat de zaden beginnen te kiemen wordt de glasplaat verwijderd. Water geven gebeurt nu met een verstuiver. Eenmaal de kiemblaadjes volledig zichtbaar hoeven wij helemaal niet zoveel water meer te geven.

Zaai niet te dik zodat we eventueel het verspenen wat kunnen uitstellen. Dit is vooral van belang wanneer we te weinig verwarmde ruimte ter beschikking hebben. Hou er ook rekening mee dat maximum 70% van het zaad bovenkomt, dit is helemaal niet te wijten aan een slechte behandeling!

Het verspenen kan gebeuren wanneer het eerste echte blaadje te voorschijn komt. Dit is zo'n 14 dagen na het zaaien. Eventueel kunnen we wachten tot het tweede echte blaadje te voorschijn komt. Wees zeer streng bij de selectie van het verspeenmateriaal. Plantjes die duidelijk kleiner zijn dan de rest gebruiken we beter niet. Ook als de kiemblaadjes wat misvormd zijn is het mogelijk dat dit een slechte plant oplevert.Het verspenen gebeurt best in potten met een diameter van 12 cm gevuld met universele potgrond. Op die manier kunnen we het uitplanten zo lang mogelijk uitstellen. Om voetziektes te vermijden zorgen we ervoor dat de kiemblaadjes bij het verspenen boven de potgrond uitkomen.

Een te lage temperatuur tijdens de opkweek zorgt ervoor dat onze planten "stilvallen".  Als we de indruk hebben dat onze plantjes te bleek staan dan kan dit te wijten zijn aan te veel water. Een andere oorzaak zou kunnen zijn dat er te weinig stikstof in voorraad is. Vooral wanneer het onze bedoeling is grotere planten in plastiekpot op te kweken kunnen we dan voor voeding zorgen door bijvoorbeeld 4 gram blauwe korrel per liter gietwater op te lossen.

Goed en breed uitgegroeid plantmateriaal is belangrijk om later ook een grote plantbelasting met vruchten te kunnen aanhouden.

Het planten.

Onder glas planten we ten vroegste eind april bij zacht weer,anders wachten we best tot 1 mei. Plant niet te vroeg, want de koude kan veel meer kwaad doen dan een week later planten. Te vroeg planten kan een groeistilstand veroorzaken Een week vroeger planten in een koude periode betekent helemaal niet dat je ook een week vroeger zult kunnen oogsten. We moeten planten in een opgewarmde grond, dit betekent een minimale grondtemperatuur van 15° C. Houden we dit niet in acht dan stijgt de kans op wortel- en voetziektes.

Als er geen andere gewassen in de kas aanwezig zijn kunnen we dit bekomen door de ramen enkele dagen volledig dicht te houden. Andere mogelijkheden zijn : de grond afdekken met plastiek, werken met een broeiveur of planten op een heuveltje.  Een plant is plantklaar als het eerste bloempje duidelijk te zien is.

We streven naar een plantdichtheid van 2,5 tot 3,5 planten per m 2 , dit hangt ervan af of we kiezen voor het tweestengelsyteem of driestengelsysteem. Bijvoorbeeld 80 cm tussen de rijen en 50 cm in de rij of 70 cm tussen de rijen en 40cm in de rij.

De potkluit moet bij het uitplanten goed vochtig zijn, want de plant moet de eerste dagen hieruit zijn reserves gaan putten. Draag er zorg voor dat er geen wortelbreuk is bij het uitplanten.

We letten er op dat de bovenkant van de potkluit niet bedekt wordt met serregrond, daardoor stijgt de kans op voetziektes. De kiemblaadjes mogen dus zeker niet onder de grond terechtkomen.

Om het aanspoelen van de grond en de inworteling te bespoedigen gieten we aan met water van ongeveer 20° C.

Ook is het mogelijk om paprika's in emmers te kweken, met daarin een mengsel van potgrond (2/3) en turf (1/3). We werken dan altijd met twee stengels per plant ( te geringe groeikracht). Dan is het zeer belangrijk bijna dagelijks water te geven in een hoeveelheid, afhankelijk van het weer. Dan moeten we in ieder geval meststoffen oplossen in het gietwater.

 

Het gewasonderhoud

De snoei van de paprikaplant is zeer belangrijk, zowel de snoei van de vruchten als de snoei van de scheuten.

Een paprikaplant zal de eerste twintig centimeter als één stengel uitgroeien.  In dit stadium moeten we enkel de zijscheuten verwijderen, bloemen zijn er op dat moment nog niet. 

Na een tiental bladeren krijgen we de eerste splitsing van de scheuten.  Deze scheuten zullen op hun beurt na ieder blad opnieuw splitsen. 

Op dit moment moeten we kiezen voor twee of drie stengels per plant.  Willen we meer groeikracht dan kiezen we voor twee stengels per plant.  Willen we plantkosten uitsparen dan kunnen we ook kiezen voor drie stengels. 

De eerste vijf à zes bloemen zullen we, om een groeikrachtige plant te bekomen verwijderen. 

De zijscheuten zullen we iedere keer toppen op twee bladeren.  Op die manier houden we een hoofdstengel over met telkens zijscheutjes die getopt zijn op twee bladeren.

Op deze zijscheuten verwijderen we alle bloemen.  We laten alleen vruchten uitgroeien op de hoofdstengels.  Als we teveel vruchten laten uitgroeien, dan zal de plant plots een groeistilstand vertonen.  Pas als de vruchten geoogst zijn gaat de groei verder en komen er nieuwe vruchten.  Op die manier hebben we grote periodes waarbij er geen vruchten kunne geoogst worden.  We laten in het begin slechts een drietal vruchten per stengel uitgroeien.  Bij zwakke planten starten we met twee vruchten per plant.  Van deze drie vruchten kunnen we er dan twee oogsten, de derde vrucht laten we hangen om ook rode paprika's te bekomen.  Willen we allemaal rode paprika's oogsten, dan zal de plant te lang belast blijven en zal de oogst op het einde van het seizoen klein zijn.  Daarom oogsten we ook groene paprika's.  Groene paprika's zijn oogstklaar als we de vrucht niet meer kunnen induwen en als de vruchtkleur overgaat van bleekgroen naar donkergroen.

Iedere keer als we vruchten oogsten zullen we zien dat de plant een nieuwe groeiimpuls krijgt en er nieuwe vruchten bijkomen.
Tracht in ieder geval het aantal volgroeide vruchten per stengel op maximum drie te houden.  Daarom moeten we wekelijks oogsten.


 
Paprika, Gemini F1 hybride. Dit zaad is geteeld, geschoond en gecontroleerd door Nunhems Zaden. 'Gemini' is een exclusief Nunhems kwaliteitsproduct. Geeft zachtgele lange vruchten. Dit ras groeit sterker dan andere paprika's en is resistent tegen het tomatenmozaïkvirus fysio Po en aardappelvirus fysio O. Kan onder glas, maar ook buiten op een beschutte plek geteeld worden. De smaak is iets zachter dan van groene en rode paprika. Kan zowel groen als geel geoogst worden. Zaaien: zaai binnenshuis in potten of in een verwarmd hobbykasje. de ideale opkweektemperatuur bedraagt 20°C. De beste zaaiperiode is februari-maart. Zodra het eerste blad verschijnt, ieder plant in een eigen pot zetten. Begin mei uitplanten in de vollegrond of in de kas of tunnel. Plantafstand: 80 x 40 cm. Zet een steunstok bij iedere plant. De hoofdstengel toppen. Houd 3 tot 4 zijscheuten aan. De rest regelmatig wegnemen. De grond steeds vochtig houden. liefst niet op het blad of vruchten gieten. Oogst: van eind juli tot oktober. Geschikt voor invriezen.
Paprika, Reina F1 hybride. Dit zaad is geteeld, geschoond en gecontroleerd door Nunhems Zaden. 'Reina' is een exclusief Nunhems kwaliteitsproduct. 'Reina' is een nieuw sterk F1 hybride-ras dat al vroeg korte stevige groene vruchten geeft die tijdens het rijpen rood kleuren, Snelgroeiend ras voor de vroege oogst. Is resistent tegen het tomatenmozaïkvirus fysio Po. Zaaien: zaai binnenshuis in potten of in een verwarmd hobbykasje. de ideale opkweektemperatuur bedraagt 20°C. De beste zaaiperiode is februari-maart. Zodra het eerste blad verschijnt, ieder plant in een eigen pot zetten. Begin mei uitplanten in de vollegrond of in de kas, op afstanden van 80 x 40 cm. Zet een steunstok bij iedere plant. De hoofdstengel toppen. Houd 3 tot 4 zijscheuten aan. De rest stelselmatig wegnemen. De grond steeds voldoende vochtig houden. Geschikt voor invriezen.
Paprika, Yolo Wonder. ‘Yolo Wonder' is een groene paprika die rood wordt als ze lang aan de plant blijft hangen. Maar ze kunnen al in groen stadium geoogst worden. De vruchten zijn tamelijk vierkant. Dit ras is behalve voor de teelt onder glas, ook geschikt voor de teelt in de volle grond. Zaaien: zaai binnenshuis in potten of in een verwamd hobbykasje. De ideale opkweektemperatuur bedraagt 20 ?C. De beste zaaiperiode is februari-maart. Zodra het eerste blad verschijnt, ieder plantje in een eigen pot zetten. Begin mei uitplanten in de vollegrond of in de kas, op afstanden van 80 x 40 cm. Zet een steunstok bij iedere plant. De hoofdstengel toppen. Houd 3 tot 4 zijscheuten aan. De rest stelselmatig wegnemen. De grond steeds voldoende vochtig houden. Oogst: van eind juli tot oktober.