vorige pagina
La Grande Borne
Naam Apium graveolens
Selderij
Familie

Umbelliferae
Schermbloemenfamilie

Categorie (tbv rotatieschema) Bladgroenten
Land/Gebied van herkomst Europa
 

Selderij (Apium graveolens) behoort tot de familie van de schermbloemigen (Apiaceae) waartoe naast de verchillende seldersoorten nog heel wat andere veel geteelde groenten behoren. Peterselie en kervel lijken er goed op. De bladeren van pastinaak lijken net grove selder. Ook wortelen en knolvenkel zijn familie. Minder bekende leden zijn wortelpeterselie en Lavas of maggiplantje dat als doorlevend kruid gekweekt wordt

Schermbloemigen zijn alle tweejarige planten die het eerste jaar blad vormen en dikwijls ook een ondergrondse reserve onder de vorm van een verdikte wortel of knol aanleggen. Het tweede jaar is er bloei en sterven ze af. Bij alle schermbloemigen wordt de bloei bevorderd door een koudeperiode. Dit is vooral belangrijk bij de opkweek. Te koud opkweken of te vroeg zaaien of uitplanten kan tot vroegtijdige bloei leiden waardoor de plant verloren is voor consumptie.. Dit noemt men ook wel het opschieten van de plant. De gevoeligheid hiervoor verschilt wel bij de verschillende soorten.
Plant nooit selder op plaatsen waar de vorige vier jaar een familielid van de schermbloemigen stond. Ook al was die vorige teelt vrij gezond.. Een kleine, onopgemerkte aantasting van een wortelziekte kan het jaar daarna exponentieel toenemen. Ook bladvlekkenziekte kan zich op die manier opnieuw manifesteren.

 

Standplaats

Selder vraagt een rijke, goed vochthoudende grond. Droogte wordt door selder niet zo goed verdragen. Als je op lichte gronden wil telen moet die in ieder geval goed voorzien zijn van humus. Zo kan het vocht en de voeding langer vastgehouden worden. Knolselder die je wil bewaren lukt het best op een iets zwaardere grond. Op lichte gronden verloopt de groei te veel in schokken waardoor de knollen hol worden en soms te veel water bevatten.


Bemesting

Selderij verlangt voldoende, doch geen overdreven organische bemesting. Bleekselder en vooral knolselder krijgen een zwaardere organische bemesting dan groene selder. Doe dit met goed verteerde stalmest of compost die je voor de winter of in het vroege voorjaar inwerkt. Teveel organische mest geeft dan weer een te sterke loofgroei. Dit is bij knolselder nadelig voor de knolgroei. Ook het optreden van bladvlekkenziekte zal erdoor bevorderd worden.
Beschouw de organische bemesting als een basisbemesting. Overdrijf hiermee niet, want overtollige voedingsstoffen die door de plant niet verbruikt worden zullen de volgende winter uitspoelen. Beter kunt u de bemesting bijsturen tijdens het groeiseizoen. Merkt u groeivermindering bij bladselder, strooi dan wat samengestelde minerale of organische meststoffen. Je kan bijvoorbeeld respectievelijk zes en tien weken na planten 60 gram per m² van een meststof met samenstelling 8-8-12 gebruiken. Of iets meer van een organische gedroogde meststof Strooi deze meststoffen als er regen verwacht wordt, of geef na het strooien eens flink water.
Om een goede knolkwaliteit te bekomen is het aan te raden knolselder een extra dosis patentkali te geven bij het planten. Zo'n dertig gram per m² inwerken is een goede dosis.

Gebruik

Allemaal worden ze gebruikt in soepen, voor het op smaak brengen van gerechten, in rauwkostsalades, maar ook gekookt of gestoofd. Selder is rijk aan etherische olieën die als extract uit de zaden of uit de bladeren gehaald worden. Deze is lichtgeel tot oranje van kleur en heeft een warme, zoete kruidige geur. De toepassingen als vochtafdrijvend middel en als afrodisiacum zijn het best gekend. Selder wordt in de levensmiddelenindustrie op grote schaal gebruikt als smaakstof in voedsel en dranken.



knolselderij


bleekselderij

 
Snijselderij, Gewone Snij. ‘Gewone Snij"" is een zeer bekend snijselderij-ras. Dit ras geeft forse en snel uitgroeiende planten met grover blad dan ‘Amsterdamse'. Heerlijk in soepen en sauzen of als groente. Zaaien: snijselderij groeit goed op alle grondsoorten, mits voldoende humusrijk. Zaai in de periode maart tot en met juli in de vollegrond op een vochtig zaaibed. Zaai in regels (of rijtjes) met een tussenruimte van 15 cm. Het zaad kiemt langzaam en kan eventueel eerst worden voorgekiemd (in vochtig zand op warmte). Onder glas wordt in september gezaaid. De grond regelmatig vochtig houden. Oogst: bij vroege zaai kan vanaf juli geoogst worden. Snij het blad niet te kort af (de vakman zegt: laat een flinke stoppel staan). Zo'n ‘stoppel' groeit weer uit en na verloop van tijd kunt u opnieuw oogsten. Van zaaisel in september onder glas wordt in de periode december-maart geoogst.