vorige pagina
La Grande Borne
Naam Thymus
Tijm
Familie Lamiaceae
Lipbloemen
Categorie (tbv rotatieschema) Vaste plant
Land/Gebied van herkomst Zuid Europa
 
Tijm is inheems in het Middellandse-Zeegebied, in het zuiden van Italië en in Griekenland, waar het op rotsige hellingen groeit. Grieken en Romeinen gebruikten het kruid al. De Romeinen brachten het waarschijnlijk mee naar West-Europa. Het werd gebruikt bij het balsemen en het uitroken van kamers en kleren.
Tijm behoort tot de familie der Labiatae. Het geslacht Thymus omvat ongeveer vijftig soorten. Behalve heesters en halfheesters zijn er ook kruipende bodembedekkers. Deze lipbloemige heeft houtachtige stengels met afgeronde, grijsgroene blaadjes die heerlijk geuren. Tijm bloeit vanaf mei tot september met schijnaren die bestaan uit schijnkransen met drie tot zes wit tot lichtpaarse bloemetjes. De bloemstelen bevatten veel etherische oliën. De bloemetjes van tijm trekken veel bijen en hommels aan.
 
Standplaats

Het kruid verlangt een zonnige, droge plaats en houdt van kalkrijke grond. Zware grond kan luchtiger worden gemaakt door er wat turfmolm door te mengen. Tijm is uitermate geschikt als randgewas langs borders en paden en doet het uitstekend in rotstuinen. Vermeerderen kan door te zaaien, af te leggen, te stekken of te scheuren. Na ongeveer drie jaar gaat het aroma wat achteruit en is het nodig het struikje op een andere plek te zetten.
 
Soorten
Thymus vulgaris kent twee typen: Franse of zomertijm. Deze groeit snel en is erg aromatisch, maar vorstgevoelig en overleeft meestal de winter niet. Duitse of wintertijm groeit langzamer maar heeft meer weerstand tegen kou. Citroentijm ( Thymus citriodorus ), van 10 tot 30 cm hoog, heeft goudbonte blaadjes die heerlijk naar citroen ruiken. Wilde tijm of kwendel ( Thymus serpyllum ) van amper 20 cm hoog komt voor op zonnige zandgronden van Midden- en Zuid-Europa. De kruipende steeltjes hebben paarsgewijs ronde, gladde blaadjes. De bloei is met trosvormige paarsblauwe bloemetjes
Gebruik in de keuken
Tijmblaadjes of takjes kunnen worden gebruikt in aardappel-, vlees-, kip- en visgerechten en in soepen (tomaten). Het is een onderdeel van het bouquet garni: tijm, peterselie en een blaadje laurier. Tijm behoudt gedroogd z'n sterke aroma. Blaadjes en takjes kunnen goed worden ingevroren. Het bevordert de spijsvertering en werkt antiseptisch. Thee van tijm met wat honing verzacht hoest en maagkrampen.

 
Deze echte Tijm (Thymus vulgaris) is een meerjarig kruid, eigenlijk een laagblijvend heestertje, want de takjes verhouten. De fijnbladige planten zijn vooral schitterend als ze bloeien. Tijm is onmisbaar in de kruidentuin, maar past ook uitstekend in de siertuin. Een geliefd keukenkruid met tal van toepassingen in allerlei gerechten. Hoogte 30 cm. Zaaien: in maart op een zaaibed onderglas of in april-mei buiten in de vollegrond. Maak de zaaigrond goed vochtig. De grond mag absoluut niet vers bemest zijn. Tijm groeit het best op wat arme schrale grond. Het zaad kiemt zeer onregelmatig. Plant de opgekomen plantjes in mei uit op regels (of rijen) die 30 cm uit elkaar liggen. Houd in de rij 20 cm afstand tussen de plantjes aan. Oogst: de jonge takjes met blaadjes. Deze kunnen ook gedroogd worden. Toepassing: bij vlees-, wild- en eiergerechten en allerlei sauzen. Verder bij worteltjes, tomaten, bietjes, tuinbonen en andere boonsoorten.