vorige pagina
La Grande Borne
Naam Solanum esculenthum
Tomaat
Familie Solanaceae
Nachtschade
Categorie (tbv rotatieschema) Vruchtgewassen
Land/Gebied van herkomst Zuid Amerika
 
De tomaat komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, waar deze in de tijd door Inca's werden gekweekt toen de Spanjaarden er rond 1500 er kwamen. Het woord tomaat komt van het Azteekse woord tomatl. In het begin van de 16de eeuw brachten de Spanjaarden de tomaat mee naar Europa.
De tomatenplant (Lycopersicon esculentum) behoort tot de nachtschadefamilie (Solanaceae). Het blad en de stengel zijn giftig, net zoals bij aardappel-, aubergine- en paprikaplanten, die tot dezelfde familie behoren. Daarom werd de tomaat in eerste instantie met enige argwaan bekeken en veelal als sierplant gebruikt. Die giftigge stoffen tomatine en solanine zijn zeer gevaarlijk.De tomatenplant uit vroegere tijd had veel kleinere vruchten dan de tomaat die we nu kennen. Door kruisen en selecteren kreeg de tomaat de bekende rode kleur en vanaf 1850 is het een veelgebruikte groente in de Europese keuken.
 
UITPLANTEN VAN TOMATEN IN DE KOUDE SERRE.
Grondbewerking:
De tomaten worden in de volle grond geplant. De grond wordt eerst gespit, gegoten, de grove kluiten fijngemaakt. De grond wordt bemest met een organische meststof (Organo-trio) en Patentkali. Patentkali is een scheikundige meststof die 30% kali en 10% magnesium bevat. De meststof heeft geen invloed op de zuurtegraad van de grond, maar wel op de goede smaak van de tomaten. Na het bemesten wordt de grond gefreesd en geëffend.
Teeltafwisseling: om de drie jaar wordt op dezelfde plaats tomaten gekweekt.
  bewatering
Plantklaar leggen

Wij gebruiken zwarte geperforeerde gietdarmen die wij onder wit-zwarte plastiek leggen. De witte plastiek zorgt voor het terugkaatsen van het zonlicht zodat de tomaten beter rijpen en de bladeren meer licht ontvangen. De zwarte onderkant van de plastiek zorgt ervoor dat er geen onkruid kan kiemen. Op deze manier moeten wij niet wieden of onkruidbestrijdingsmidellen gebruiken.
bodemdoek  
Planten
Met de pottenplanter worden in de plastiek plantgaten gemaakt: plantafstand 80/60cm.
Met de hand wordt de tomatenplant, tamelijk diep, in het plantgat geplant.
Koorden
Twee tot drie weken na het planten wordt een klimkoord gespannen. Onderaan de plant wordt een lus gemaakt en de koord wordt met een speciale knoop bovenaan de metaaldraad vastgemaakt. Naarmate de tomatenplant groeit wordt deze rond de koord “gedraaid”.
Onderhoudszorgen    
     
Gieten
Regelmatig gieten via de zwarte gietdarmen via de grond. Een tomatenplant heeft immers niet graag natte bladeren, dit om schimmels te voorkomen. Regelmatig gieten is beter dan veel water geven in één keer.


 
Bestuiving
De bloemtrossen verschijnen, om de bestuiving en de bevruchting te bevorderen maken we gebruik van hommels die van bloem naar bloem vliegen. De hommels worden gekocht bij een bedrijf dat hommels en allerlei insecten kweekt om op biologische wijze de schadelijke insecten te kunnen bestrijden. Vroeger moest de tomatenplant getrild worden om de bestuiving te bevorderen.

Dieven
Een belangrijk en omvangrijk werk is het “uitbreken” van de “dieven”. Om rechte en regelmatige planten te bekomen is het nodig deze okselscheuten of dieven uit te breken.
Toppen
Op school kweken wij slechts een zestal trossen. Na zes trossen knippen wij de “kop” van de plant weg. In de groothandel tomatenteelt kweekt men tot 15 trossen per plant of meer.

Bladpluk
Om mooie regelmatige planten te bekomen doen we aan bladpluk. Er kan meer lucht tussen de planten stromen, de planten drogen sneller. Het zonlicht kan beter aan de tomatentrossen zodat de tomaat beter kan rijpen of kleuren.

Soms gebeurt het dat onder aan de bladeren krullen door groei-jacht of door beginnende bladpluk.

Luchten
Luchten van de serre is nodig, vooral op warme dagen. Ramen en deuren open zetten. Letten op niet teveel water geven; de luchtvochtigheid moet rond de 70% blijven. Tot half mei ‘s nachts niet luchten. Vanaf juni zowel ‘s nachts als overdag luchten. Denk er ook aan dat tomatenplanten niet groeien boven de 35°C.
   
Tomaten Plukken    
Plukwijze
boven het kroontje van de tomaat bevindt er zich een bolletje.Plaats de duimnagel op het bolletje en neem de tomaat vast. Met een opwaartse beweging pluk je de tomaat van de tros. Het bolletje breekt precies in twee, leg vervolgens de tomaat voorzichtig in de plukbak.Voor trostomaten oogst men liefst de hele tros met een paar rijpe tomaten en oranje gekleurde tomaten
 
Ziekten en Plagen    
De belangrijkste schimmelziekten zijn aardappelziekte ( Phytophthora infestans , blad-, stengel- en nat vruchtrot ( Phytopthora nicotiana ), bladvlekkenziekte ( Cladosporium fulvum ), meeldauw ( Oidium lycopersici ), grauwe schimmel ( Botrytis cinerea ), kurkwortel ( Pyrenochaeta lycopersici ), kanker ( Didimella lycopersici ), sclerotiënrot ( Sclerotinia sclerotiorum ), fusarium-verwelkingsziekte ( Fusarium oxysporum f.sp. lycopersici ), fusarium voet- en wortelrot ( Fusarium oxysporum f.sp. racidis-lycopersici ), slaapziekte of verwelkingsziekte ( Verticillium albo-atrum ) en voetziekte ( Rhizoctonia solani ).
De bekendste dierlijke belagers zijn bladluis, bonespintmijt, witte vlieg, mineervlieg en het wortelknobbelaaltje.
 
 
Tomaten, 'Moneymaker' is een zeer gewild tomatenras dat mooie ronde rode tomaten geeft. De opbrengst is vrij groot. Dit ras kan zowel voor de vollegrondsteelt als in de kas worden toegepast. Het is lange tijd een van de beste basisrassen voor beroepskastuinders geweest en nu bij de hobbytuinders zeer in trek. De smaak is heel goed. Zaaien: in februari-maart in een verwarmd vertrek (ca. 20°C). zodra het eerste blad verschijnt, verspenen (apart oppotten) in bloem- of perspotten. Begin mei uitplanten in de vollegrond. Zet ze op een zonnige plek. Plantafstand 80 x 40 cm. De planten steunen met een stok en aanbinden. Wanneer er 3 à 4 bloemtrossen zijn, de top van de plant uitbreken. Zijscheuten die uit de bladoksels komen steeds in jong stadium verwijderen (het zgn. dieven). Regelmatig water geven. Oogst: van half augustus tot met september.
Struiktomaat, Red Hunter/Ventura. Dit zaad is geteeld, geschoond en gecontroleerd door Nunhems Zaden. 'Red Hunter/Ventura' is een exclusief Nunhems kwaliteitsproduct. 'Red Hunter/Ventura' geeft tomaten in de lange, ovale vorm zoals die o.a. in Zuid-Europa veel gekweekt worden. Deze soort (van tuinderkwaliteit) heeft een sterke tomatensmaak en hoog suikergehalte. Daardoor is deze tomaat met name ook geschikt voor de inmaak en voor de bereiding van tomatenpuree. Zaaien: in februari-maart in een verwarmd vertrek (ca. 20°C). Zodra het eerste blad verschijnt, verspenen (apart oppotten) in bloem- of perspotten. Begin mei uitplanten in de vollegrond. Zet ze op een zonnige plek. Plantafstand 80 x 40 cm. 'Red Hunter/Ventura' hoeft niet aan een stok te worden aangebonden en ook 'dieven' (verwijderen van ijscheuten uit de bladoksels) is niet nodig. Wanneer er 3 à 4 bloementrossen zijn, de top van de plant uitbreken. Regelmatig water geven. Oogst: van half augustus tot en met september.
Tomaten, ‘Marmande': is een vleestomatenras. Door het hoge suikergehalte zijn deze tomaten veel smakelijker dan gewone ronde tomaten. ‘Marmande' kan zowel op de koude grond als onder glas geteeld worden. Lekker in rauwkostschotels, maar ook zeer geschikt voor soepen. Zaaien: in februari-maart in een verwarmd vertrek (ca. 20 ?C). Zodra het eerste blad verschijnt, verspenen (apart oppotten) in bloem- of perspotten. Begin mei uitplanten in de vollegrond. Zet de planten op een zonnige plek. Plantafstand 80 x 40 cm. De planten steunen met een stok en aanbinden. Wanneer er 3 à 4 bloemtrossen zijn, de top van de plant uitbreken. Zijscheuten die uit de bladoksels komen steeds in jong stadium verwijderen (het zgn. dieven). Regelmatig water geven. In de kas de planten langs een touw omhoog leiden. Oogst: van half augustus tot en met september.

Kerstomaat, Sweet 100/Supersweet 100 F1 hybride. Dit zaad is afkomstig van geselecteerde planten van originele tuindersrassen. 'Sweet 100/Supersweet 100' is een F1 hybride kerstomaat. Hybriden hebben een root aantal voordelen t.o.v. zaadvaste rassen. De planten vormen grote trossen lekkere kleine tomaatjes ter grootte van een kers. Ze smaken fris en zoet en kunnen zo uit de hand gegeten worden. Heerlijk in salades, bij de barbecue, gourmetten enz. 'Sweet 100/Supersweet 100' vormt forse planten. Zaaien: in februari-maart in een verwarmd vertrek (ca. 20°C). zodra het eerste blad verschijnt, verspenen (apart oppotten) in bloem- of perspotten. Begin mei uitplanten in de vollegrond. Zet ze op een zonnige plek. Plantafstand 80 x 40 cm. De planten steunen met een stok en aanbinden. Wanneer er 3 à 4 bloemtrossen zijn, de top van de plant uitbreken. Zijscheuten die uit de bladoksels komen steeds in jong stadium verwijderen (het zgn. dieven). Regelmatig water geven. Oogst: van half augustus tot met september