vorige pagina
La Grande Borne
Naam Foeniculum vulgare
Venkel
Familie Apiaceae
Schermbloemen
Categorie (tbv rotatieschema) Wortelgewassen
Land/Gebied van herkomst

 

Azië

 
Venkel ( Foeniculum vulgare Mill.) is een naar anijs smakende plant die als kruid gezien wordt (de takken en draadachtige bladeren), maar ook als groente en dan vooral de verdikking van de onderkant van de steel die aan de voet van de plant groeit (de venkelknol ). De venkelplant kan tot boven manshoogte groeien. De zaden staan al eeuwenlang bekend om hun geneeskrachtige werking. Ze worden op verschillende manieren tot medicijn verwerkt. De krachtigste vorm daarvan is de venkelolie , die uit de zaden wordt geperst. Een andere mogelijkheid is het trekken van thee uit de zaden. Venkelzaad kan onder meer helpen bij darmproblemen en menstruatiestoornissen. Ook wordt het gebruikt om borstvoeding te stimuleren aangezien het phyto-oestrogeen bevat. Ook worden er bepaalde medicijnen uit venkel gewonnen. In venkel, en met name in venkelzaad wordt echter ook de stof estragol aangetroffen. Deze stof kan in het menselijk lichaam op twee manieren afgebroken worden, een onschuldige en een schadelijke. Mogelijk is deze stof indien deze op de schadelijke manier afgebroken wordt kankerverwekkend. Uit dierproeven en ander onderzoek blijkt dat estragol gentoxisch is en daardoor mogelijk kankerverwekkend . Of venkel daarmee een schadelijke werking heeft is nog onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Venkel is oorspronkelijk afkomstig uit Azië en middeleeuwse handelsroutes naar Europa vervoerd. Vooral in Zuid-Europa is wordt de plant veel verbouwd en is een belangrijk ingrediënt van o.a. salades. In vroeger tijden kauwden arme gelovigen soms venkelzaad tijdens de kerkdienst. Dit voorkwam het storende geknor van hun lege maag tijdens de preek. Venkel is evenals dille een lid van de Schermbloemenfamilie .
 
Venkel is zo één van die groenten die je beter teelt in zomer en najaar.  Alhoewel dit door de opkomst van verbeterde rassen stilletjes aan een minder groot probleem wordt, zal venkel toch nog altijd de neiging hebben om te bloeien als je de teelt  vroeg aanvat. Als je vroeg uitzaait, doe dit dan onder glas. Koude opkweektemperaturen stimuleren de bloemvorming. Vroege teelt : zaaien onder warm glas vanaf begin maart. Daarna verspenen in potjes en na een opkweekperiode van ongeveer vier weken uitplanten op  30 cm x 30 cm. Beter is nog om rechtstreeks in potjes te zaaien. Dan wordt de kans op doorschieten nog kleiner. Oogsten kan dan vanaf juli. Kies voor deze teelt een geschikt, modern ras. De klassieke herfstteelt wordt ter plaatse gezaaid vanaf juni tot half-juli.  Venkel zaaien op een plantenbed is geen goed idee. het uitplanten van de losse planten veroorzaakt een groeistilstand met bloemvorming tot gevolg. Hier kun je wat ruimere rijen nemen, zodat de afstand uiteindelijk 45 x 25 cm is (het aantal planten (8-9 planten per m²) blijft hetzelfde). Knolvenkel heeft zo ongeveer tachtig tot honderd dagen nodig vanaf de kieming totdat de bol groot genoeg is om te oogsten
 
Standplaats

Venkel wordt bij voorkeur op een vochthoudende, humeuze zand- of lichte zavelgrond geteeld.  Kies ook een zonnige plaats. Zorg voor een bodem met vrij hoge pH (6-7). Vermijd venkel te telen na een andere schermbloemige. Vermijd ook venkel te telen na een sterk bemest gewas.

Het blijkt dat venkel op sommige groenten een negatieve invloed kan hebben. Er wordt in ieder geval afgeraden om venkel dicht bij tomaten, paprika en aardappelen te planten. Ook boontjes zouden een slechtere groei vertonen dichtbij venkel. Sommigen gaan zelfs zo ver venkel uit de groentetuin te weren en eventueel in de kruiden- of siertuin te telen.
Venkel in de siertuin is trouwens nog niet zo'n gek idee.  De verfijnde bladvorm en de mooie bloeiwijzen maken venkel een goede plant voor de mixed-border.  Venkel in de groentetuin is best te combineren met slasoorten, witloof, radicchio, groenlof, kortom alle planten van de samengesteldbloemigen.

 
Bemesting

Venkel vraagt een grond met eerder weinig stikstof maar met een ruime kalium en magnesiumvoorziening. Zeker op lichte gronden is kalium heel belangrijk. Net zoals bij wortelen is hier ook verse mest uit den bozen. Bij het ter plaatse zaaien strooien we ook geen kunstmest, dit kan de kiemplantjes doen verbranden. Gebruik liever wat gedroogde organische mest die je goed door de grond mengt. Een goede voorraad bemesting zou kunnen zijn 100 gram per m² onder de vorm van een organische meststof met samenstelling 6-7-8 samen met 50 gram patentkali om toch voldoende kalium ter beschikking te stellen. Wegens de bemestingseisen wordt venkel veelal geteeld op het perceel van de wortelgroenten.

Watergift

Venkel kan slecht tegen droogte en daarom is regelmatig water geven bij dit gewas erg belangrijk.  Verder is regelmatige water geven  gedurende de bolvorming gunstig voor bolvorming en productie.

De groei van het gewas en de ontwikkeling van de bollen dient zo gelijkmatig mogelijk te verlopen. Daarom zijn zeer warme zomers ongunstig en koele, niet te natte zomers voordelig voor het gewas. 

   
Plagen en ziekten

Verder moet je er rekening mee houden dat konijnen extra aangetrokken worden door de typische smaak van venkel. In gebieden met veel konijnen kan een extra afscherming zijn dienst bewijzen.  Wortelvlieg kan ook venkel aantasten. Gelukkig wordt in dit geval niet het eetbare gedeelte aangetast. In dat opzicht kan de schade dus nog meevallen. Je kan dezelfde maatregelen nemen als bij de wortelteelt. Bij ter plaatse zaaien wordt de aantasting soms wat groter dan bij de vroege teelt met voorgekweekt plantmateriaal. De planten staan immers langer buiten.  Kijk op  wortelen.htm voor meer info over de wortelvlieg. Uien/sjalotten/prei/bieslook/afrikaantjes zijn planten die de wortelvliegaantasting misschien wat kunnen temperen.  Ook is venkel nogal gevoelig voor sclerotinia.  Vooral een ter grote stikstofvoorraad in de bodem en een dichte stand bevorderen de ziekte. Op de rottende bol ontstaat witwollig schimmelpluis met daarin zware bolletjes, dit zijn de sclerotiën ( verdroogde schimmeldraden die jarenlang in de grond kunnen overblijven om later plots weer actief te worden.
 
Oogst en bewaring

Oogst de knolvenkel als ze een tennisbal groot zijn, een goed gewicht schommelt tussen de 200 en 300 gram.  Te grote bollen kunnen barsten en worden al snel te vezelig en taai. Vanaf begin november kunnen we de herfstteelt nog wat beschermen tegen de vorst door af te dekken met stro. als het strenger begint te vriezen moeten de knollen geoogst worden.  Je kan ze nog enkele weken op een koele plaats bewaren. Eventueel kan je ze, net als andijvie, overplanten in een serre.

 
 
Venkel, ‘Fino' is een knolvenkel. Het onderste deel van de stengel wordt dikker en vormt met de andere een soort knol boven de wortels. Het zijn prachtige planten. De smaak is Zuideuropees; iets anijsachtig en enigszins zoet. In Italie wordt de knol rauw versnipperd in salades gebruikt; in de Franse keuken wordt deze meestal gekookt. Heel lekker is gekookte knolvenkel met ham en kaas. Even in de oven en smullen maar. Zaaien: in de kas: vanaf februari-maart. In de vollegrond van april tot juni. Zaai op rijtjes die 40 cm. uit elkaar liggen. Zaai op vochtige zaaigrond. Na opkomst uitdunnen tot 25 cm. in de rij (het teveel aan plantjes wegnemen). Houd de grond voortdurend vochtig. Vroeg gezaaide planten kunnen gevoelig zijn voor ‘schieten' (het vormen van een bloeistengel. Oogst: bij teelt in de kas: juni-juli. Van de vollegrond:juli-augustus. Bewaren: in het groentevak van uw koelkast."