vorige pagina
La Grande Borne
Naam Rhodochiton atrosanguineus
 
Familie Scrophulariaceae
Helmkruidachtigen
Land/Gebied van herkomst Mexico
   
 

De plant komt uit Mexico. Er bestaan drie soorten van het geslacht. De plant behoort tot de familie van de helmkruidachtigen (Scrophulariaceae), een onderfamilie van de dovenetels.

Het is een niet winterharde plant die in deze klimatezone als éénjarige plant wordt gekweekt. In tuin en op balkon is het een sieraad voor het oog.

 

Rhodochiton atrosanquineus is te gebruiken als slingerplant. De plant slingert zich omhoog en zet zich aan een raamwerk vast met windende stelen. Binnen één seizoen kan de plant een oppervlakte van vier vierkante meter bedekken. Wanneer de plant over de grond wordt geleid, bedekt hij een evenzo grote oppervlakte. Bijzonder zijn de bloemen. De bloem heeft een hangende kroonbuis, die uit vijf segmenten bestaat. De kroonbuis steekt ver buiten de kelk en is donkerpaars. De kelk is klokvormig en bestaat uit vijf vergroeide kelkbladen. Het blad is ovaal tot hartvormig, aan de rand licht
behaard. Het blad heeft windende stelen, waarmee de plant zich dus omhoog werkt.

Bemesting
Plant Rhodochiton in een ruime pot of kuip of in de volle grond. Zorg ervoor, dat de plant zich aan een geschikt element (trellis, klimrek of schutting) omhoog kan slingeren. Geplant in de volle grond als bodembedekker worden verder geen maatregelen vereist. Een plaats in de volle zon is een absolute voorwaarde voor een rijke bloei. Geef de plant eens in de twee weken vloeibare mest voor bloeiende planten.

 

Overwinteren
De plant is helaas niet winterhard. Overwinteren kan in een matig verwarmde kas, waar de planten in ieder geval vorstvrij blijven. Zaaien kan in het voorjaar. Zaai in een humusrijke grond. De grond moet voldoende vocht kunnen vasthouden, overtollig water moet snel kunnen worden afgevoerd. Rhodochiton kan tot drie meter hoog worden.