Met dank aan :

 

'plantenwereld' door Paul Geerts
Viburnum tinus

 

Viburnum tinus

De bekendste van de groenblijvende viburnums is ongetwijfeld Viburnum tinus, een struik die vroeger erg populair was en die men soms nog aantreft in oude tuinen. Sinds een paar jaar is hij helemaal terug van weggeweest

De mooiste heb ik tot laatst bewaard: V. farreri en vooral V. x bodnantense.

V. farreri bloeit heel de winter tot laat in de lente met prachtige, zeer welriekende witte bloemen. De bloemknoppen zijn lichtroze. Tijdens strenge winters hebben ze wel te lijden van de vorst, maar met de zachte winters die we de laatste jaren kennen is dat nauwelijks een probleem. Het wordt een forse struik die na een aantal jaren toch wel een drietal meter hoog en breed kan worden.

V. x bodnantense is een hybride van V. farreri die ook heel de winter bloeit met prachtige en sterk geurende witte tot roze bloemen. Hij kan evenwel ook te lijden hebben van vorst. Maar daar staat tegenover dat u de bloemen net voor vorstweer wordt aangekondigd kan afknippen voor een uniek en heerlijk geurend winters boeket. De lichtroze 'Dawn' heeft de grootste bloemen, bij 'Deben' zijn de botten lichtroze, maar de bloemen spierwit.

V.tinus kent zijn hoofdbloei heel vroeg in het voorjaar, maar vanaf november-december verschijnen al de eerste witroze bloemschermen die de vorst trotseren. De bloemkleur en de kleur van de bloemknoppen verschilt licht naargelang de vari‘teit.

Heel de zomer draagt hij blauwzwarte bessen. Met zijn (meestal) donkergroen, vrij stevig blad is het een misschien wat sombere, maar hele mooie struik die wel de nodige ruimte nodig heeft. Hij kan na een paar jaar gerust twee drie meter hoog en breed worden en snoei gaat, zoals bij de meeste viburnums, onvermijdelijk gepaard met minder bloei en verlies van de van nature mooie vorm.

'Eve Price' is een iets compactere vari‘teit, die eventueel ook in een pot kan worden gekweekt.

Omdat hij houdt van volle zon, maar anderzijds toch niet voor honderd procent winterhard is (al zal hij tijdens een strenge winter nooit helemaal afsterven, maar opnieuw beginnen schieten vanuit de wortels), is het best om hem ergens te planten waar hij in de winter beschermd is tegen vroege ochtendzon en in de zomer toch volop in de zon staat. Ideaal is bijvoorbeeld achter een haag of een muur op het zuiden, waardoor hij in de winter, als de zon laag zit, geniet van de schaduw, maar in de zomer profiteert van de zon.

V. rhytidophyllum is ook groenblijvend, en dat is dan ook zijn voornaamste kwaliteit. Het grote, donkergroene en sterk generfde blad is zeer decoratief. Echt mooi vind ik hem echter niet. Hij wordt bovendien gemakkelijk drie vier meter hoog en breed en is dus niet direct geschikt voor het doorsnee voortuintje waar men hem soms nog wel eens ziet staan. Voordeel is wel dat hij vrij veel schaduw kan verdragen en dat het blad dan zelfs mooi horizontaal komt in plaats van helemaal door te hangen.
Een betere keuze is echter de eveneens groen blijvende hybride V. 'Pragense' die iets minder groot wordt en ook een mooiere vorm heeft. De bloemen zijn lichtroze.

Een nog betere keuze is V. davidii, een winters juweeltje. Ook hier vormen het mooi generfde, donkergroene blad en de opvallende metaalblauwe bessen (op voorwaarde dat u minstens een vrouwelijk en mannelijk exemplaar plant) de voornaamste sierwaarde. De bloei in de zomer is eerder onopvallend. Het voordeel is dat hij maximaal een meter hoog en breed wordt. Hij is net als de V. tinus niet honderd procent winterhard en vereist dus een enigszins beschutte standplaats (vooral beschermd tegen de winterse ochtendzon op het groene blad).

Heel waardevol is ook V. 'Jermyns Globe', vooral vanwege de natuurlijke bolvorm waardoor hij bijna als een bloeiend alternatief voor buxus en taxus kan dienen die geen enkele snoei nodig heeft. De kleine blaadjes zijn wintergroen en hij bloeit, zij het eerder bescheiden, in de winter, maar vooral rond mei. Hij wordt ong. een meter hoog en breed.